Kwaliteit 

In de verloskunde verwijst naar het voortdurend leveren en verbeteren van veilige, doelmatige, verantwoorde en toegankelijke zorg aan zwangeren, moeders en pasgeborenen.

De zorg moet aansluiten op de behoeften van de zwangere (vraaggericht), gebaseerd zijn op wetenschappelijke kennis (evidence-based), en uitgevoerd worden binnen goed georganiseerde samenwerkingsverbanden.

“Kwaliteit in zorg is… een gezonde moeder en baby, dat is denk ik kwaliteit — dat je mooie uitkomsten hebt maar ook blije mensen.”

Ook moeten de richtlijnen en kwaliteitsnormen worden gevolgd. Er wordt hoge kwaliteit bereikt door het volgen van wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen, het vertalen van deze ontwikkelingen naar bruikbare kwaliteitsinstrumenten, het verzamelen van betrouwbare data waarmee verloskundigen kunnen leren en verbe   teren en het werken volgens een kwaliteitscyclus, waarmee zorg continu wordt geëvalueerd en verbeterd. 

Netwerken

Het doel van verloskundige samenwerking in een dergelijk verband is individuele zorg te optimaliseren en te integreren in samenhangende zorg. Verloskundige samenwerking heeft daarbij betrekking op de multidisciplinaire structuur in de zorg voor zwangeren, barenden en kraamvrouwen. In het VSV vinden tussen de verschillende actoren veel overdrachtsmomenten plaats met betrekking tot medische gegevens en verantwoordelijkheden voor de zorg van de patiënt. Dit maakt dat de bereidheid tot samenwerken essentieel is.

“Wij zijn onderdeel van Geboortehart, dat is een overkoepelende organisatie, een coöperatie waar wij lid van zijn. Die herbergt eigenlijk alle verloskundige praktijken in onze regio en het ziekenhuis en een heel aantal kraamzorgorganisaties. Hiermee werken we heel nauw samen.”

Samenwerking met andere zorgdomeinen is essentieel om de sterfte rond de geboorte terug te dringen. Dat bleek eind 2020 uit een onderzoek van het RIVM naar de onderliggende oorzaken voor de toenemende perinatale sterfte. Er is meer aandacht nodig voor sociaal-economische factoren, zoals armoede en leefstijl. Volgens het instituut ligt daar een opdracht voor gemeenten en jeugdzorg, maar ook voor de partijen in de geboortezorg.

Het is voor zwangere vrouwen van belang dat een geboortezorgaanbieder is aangesloten bij een samenwerking die goed georganiseerd is op lokaal en regionaal niveau, waar men in staat is om effectief samen te werken met andere deelsectoren en domeinen, zodat er duidelijke afspraken gemaakt kunnen worden over de geboortezorg in de regio. Randvoorwaarde hierin is dat deze samenwerking gefaciliteerd en ondersteund wordt door passende regelgeving, bekostiging en inkoop. Inhoudelijk is het daarnaast van belang dat medicalisering (overbehandeling) wordt voorkomen, er specifiek aandacht is voor kwetsbare groepen (samenwerking binnen het sociaal domein) en het efficiënt inzetten van schaarse personele capaciteit.

Het organiseren van samenwerking kan in verschillende vormen. Binnen de geboortezorg kiest men op dit moment veelal voor een vereniging of coöperatie, met daaronder een zorggroep (inkoop- of werkorganisatie). Van deze verschillende vormen heeft de KNOV de belangrijkste kenmerken, voor- en nadelen en te nemen stappen onderzocht en uitgewerkt. Tevens treffen jullie bij de verschillende opties praktische voorbeelddocumenten en modelovereenkomsten.

Innovatie 

Innovaties: Om op de hoogte te blijven van de laatste innovaties binnen de verloskunde is het essentieel om gebruik te maken van een combinatie van nationale vakorganisaties, wetenschappelijke bronnen en educatieve platforms.

De Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV) speelt een sleutelrol in Nederland. Zij informeren hun leden over zowel technologische als beleidsmatige innovaties. Voorbeelden van technologische vooruitgang waarover de KNOV communiceert, zijn pilots met Virtual Reality (VR) voor pijnverlichting bij bevallingen en de integratie van e-health toepassingen in de geboortezorg. Daarnaast biedt de KNOV via haar website toegang tot vakkennis, wetenschappelijke updates en informatie over samenwerkingsverbanden met organisaties als het RIVM en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, wat inzicht geeft in landelijke standaarden en zorgafspraken 

Wetenschappelijk onderzoek vormt de basis voor toekomstige innovaties. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) financiert diverse projecten gericht op het verbeteren van de zorg, zoals initiatieven voor 'passende zorg bij zwangerschap' en onderzoek naar het optimaliseren van de 'continuïteit van de zorgverlener' . Deze onderzoeksresultaten, vaak gepubliceerd in proefschriften of vakbladen, bieden nieuwe inzichten en evidence-based methoden voor de praktijk 

Continue educatie is cruciaal. Deelname aan conferenties en bijscholingssessies stelt verloskundigen in staat om direct van experts te leren. Organisaties zoals de Stichting Centrum voor Eerstelijnszorg Maastricht (SCEM) organiseren nascholingsprogramma's, waaronder de jaarlijkse "De Bijblijfsessie voor Verloskunde". Hier worden actuele onderwerpen als 'foetale bewaking', 'placentafunctie en biomarkers', en de '13 wekenecho' besproken . De KNOV vult dit aan met eigen trainingen over onderwerpen als de meldcode en het implementeren van wetenschappelijke resultaten in de dagelijkse praktijk 

 

Ten slotte dragen netwerken en lokale samenwerkingsverbanden bij aan de verspreiding van innovaties door kennisuitwisseling. Verloskundigen nemen deel aan regionale overleggen en consortia waar afspraken worden gemaakt over de afstemming tussen de eerste- en tweedelijnszorg. Ook worden onderzoeksresultaten en updates regelmatig gedeeld via webinars en online platforms, waardoor professionals efficiënt op de hoogte kunnen blijven van de dynamische ontwikkelingen binnen hun vakgebied.

 

Maak jouw eigen website met JouwWeb